6 redenen waarom je vroeger keeper bent geworden

Op jonge leeftijd is voor veel voetballers de keeperspositie zo’n beetje de minst geliefde positie. Het enige wat de meeste wilden, was achter de bal aan rennen, soms de bal een trap geven en, het belangrijkste van allemaal, scoren. Toch zal er iemand in het doel moeten staan en als jij dat vroeger was, dan heeft dat waarschijnlijk met één (of meerdere) van deze redenen te maken hebben.

Je kon niet voetballen

De meest voor de hand liggende reden is natuurlijk dat je er met de bal aan de voet niks van bakte. De balcontrole was er niet, je kon niet passen en je snapte er allemaal niet zoveel van. Met de handen ging het echter wel prima, dus toen ben je maar keeper geworden.

Uit noodzaak

Zoals we al zeiden: vroeger wilde (bijna) niemand keeper worden. Hierdoor bleef die vacature geopend, maar die moest toch echt gevuld worden. Je offerde jezelf op, werd keeper en uiteindelijk begon je van deze positie te houden. Sindsdien ben je niet meer uit de doelmond verdwenen en werd het tegenhouden van ballen jouw roeping.

Geen zin om te rennen

Allemaal heel leuk en aardig dat voetbal, maar jij was niet van plan om te gaan rennen en moe te worden. Dan is er eigenlijk maar één optie als je toch op voetbal wilt blijven: keeper worden.

Je was een dagdromer

Een keeper heeft over het algemeen wat minder te doen dan een veldvoetballer, dus als de bal ver van je doel was kon jij lekker dagdromen en uit je neus eten of naar de lucht staren. Een beetje fantaseren over hoe je later in het doel van je favoriete club zou staan of over alles behalve voetbal nadenken. Als je maar wakker werd wanneer de bal dichtbij jouw doel kwam.

Een keeper was je held

Keepers hebben toch wel een redelijk heldhaftige uitstraling, want zij zijn degene die het doel beschermen. Zeker als je van vroeger uit al voetbal keek en een keeper indrukwekkende reddingen zag maken kon hij zomaar uitgroeien tot jouw held. Jij wilde precies zo worden en dus werd jij ook keeper.

Individualist

Natuurlijk maakt een keeper onderdeel uit van het team, maar je kunt niet ontkennen dat hij anders is. Hij staat grote delen geïsoleerd op het veld, is de enige die met z’n handen mag werken, werkt individuele keeperstrainingen af en als de bal in de ploeg is voetbalt hij weinig mee. In vele opzichten is het dus minder een teamspeler dan de rest en dat was perfect voor jou. Daarnaast ben je als keeper meteen één van de belangrijkste spelers van het team en dat vind je stiekem ook heel leuk.

Behalve dat je één van de belangrijkste spelers bent, scoor je als keeper ook nog eens het beste bij de dames. Dit zijn 5 redenen waarom.