Zo schiet je de onvoorspelbare zwabberbal, de nachtmerrie voor elke keeper

Het is de nachtmerrie van elke keeper. De vrije trap gaat over de muur en hij gaat naar de hoek waar het leer lijkt te belanden, maar opeens verandert de bal van richting en knalt hij tegen de touwen. Maar hoe krijgen je die zwabber aan de bal? Met deze tips kom je weer wat stappen dichterbij het schieten van de perfecte zwabberbal.

Zo schiet je een zwabberbal

Meesters van de trap hoor je wel eens zeggen dat de zwabber ontstaat doordat hij de bal op het ventiel raakt. Dat kun je gerust vergeten, want daar is niets van waar. Het heeft namelijk met de luchtstroming om de bal te maken, maar daar komen we later op terug.

De truc van de zwabberbal zit ‘m erin dat je de bal géén effect geeft. De bal moet dus zonder te draaien richting het doel gaan en op precies de juiste snelheid. Let erop dat de uitzwaai-actie van het been waarmee je schiet erg kort is. Je stompt de bal als het ware met een stijve enkel, door de uitzwaai-actie abrupt te stoppen als je de bal eenmaal geschoten hebt. Als het goed is gaat de bal dan rechtdoor zonder effect. Maar wat is dan de ideale snelheid? Daarvoor moet je eerst begrijpen hoe de zwabber ontstaat.

Hoe ontstaat de zwabber?

De lucht kan op 2 manieren rond een bal stromen: in nette laagjes die aan de achterkant van de bal loslaten (laminaire stroming). Bij hogere snelheden wordt dat een turbulente stroming, waarbij er aan de achterkant chaotische wervelingen ontstaan. De bal gaat zwabberen in de buurt van de grens tussen laminair en turbulent. Er is geen exacte snelheid waarop dit gebeurt, want het hangt af van allerlei externe factoren zoals wind. Richt je dus op de traptechniek, de ideale snelheid krijg je dan wel onder de knie door te oefenen.

Bron: NRC.nl